De tv instellen en aansluiten

Wat is Dolby Atmos?

Door de redactie van Faller | | 5 min. leestijd
geluidsgolf

Dolby Atmos is een geluidsformaat dat klassiek meerkanaalsgeluid uitbreidt met een hoogte-niveau en vrij positioneerbare audio-objecten. Naast vaste kanaalgroepen kunnen afzonderlijke geluidselementen worden voorzien van positie-informatie. Het afspeelapparaat berekent op basis daarvan hoe het geluid via de aanwezige luidsprekers wordt weergegeven.

Deze aanduiding is tegenwoordig op veel televisies, soundbars, koptelefoons en zelfs op smartphones te vinden. Hoe Dolby Atmos daar wordt weergegeven, verschilt echter aanzienlijk. Of en in hoeverre het ruimtelijke effect waarneembaar is, hangt af van de luidsprekers, de signaalverwerking en de afspeelomgeving.

Wat is Dolby Atmos?

Oudere surroundformaten zoals Dolby Digital werken met vaste kanalen. Bij een 5.1-systeem zijn dat er bijvoorbeeld zes. Elk geluid wordt bij het mixen aan een van deze kanalen toegewezen. Dolby Atmos bouwt voort op dit principe en breidt het op twee punten uit.

Kanaalgroepen en objecten naast elkaar

Dolby beschrijft zijn formaat als een combinatie van twee onderdelen. De basis wordt gevormd door vaste kanaalgroepen, in vakjargon ook wel ‘beds’ genoemd. Deze zijn doorgaans opgesteld in een 7.1.2-configuratie. Daarin wordt alles weergegeven wat niet hoeft te bewegen, zoals achtergrondgeluiden of muziek.

Dit wordt aangevuld met de audio-objecten. Dit zijn afzonderlijke geluidselementen die los van de kanaalgroepen in de ruimte kunnen worden geplaatst. Ze bevatten positiegegevens in de vorm van coördinaten, inclusief informatie over de grootte van het object. Een vliegtuig dat door het beeld vliegt, is een typisch voorbeeld van zo’n object.

Tijdens het afspelen neemt een zogenaamde renderer het werk over. Deze past de weergave aan de aanwezige luidsprekerconfiguratie aan. Een Atmos-geluidsspoor kan daarom op systemen met verschillende configuraties worden afgespeeld, waarbij het ruimtelijke effect aanzienlijk verschilt, afhankelijk van het aantal en de opstelling van de luidsprekers.

Het vlak boven het hoofd

Het tweede verschil is de hoogte. Bij klassiek surroundgeluid wordt het geluid naar voren, naar achteren en naar de zijkanten verspreid. Dus rondom de luisteraar. Dolby Atmos voegt daar nu nog kanalen boven het hoofd aan toe, waardoor er een extra, derde laag ontstaat.

Dat is te herkennen aan de aanduidingen met de drie cijfers. Bij 5.1.2 staat de vijf voor de luidsprekers rondom, de één voor de subwoofer en de twee voor de hoge tonen. Bij 7.1.4 zijn dat respectievelijk zeven, één en vier.

Kenmerk Klassiek 5.1- of 7.1-geluid Dolby Atmos
basisprincipe Geluid wordt aan vaste kanalen toegewezen Combinatie van kanaal-Beds en audio-objecten
Positionering gebonden aan de kanaalstructuur Objecten kunnen met behulp van positiegegevens in de ruimte worden geplaatst
hoogteniveau niet voorzien bij klassieke 5.1- of 7.1-configuraties extra verdieping mogelijk
Weergave gemengd voor een vastgestelde kanaalindeling De renderer past objecten aan de bestaande weergave aan

Dolby Atmos vervangt de klassieke kanalen dus niet, maar vult ze aan met audio-objecten en positie-informatie, die het afspeelapparaat verwerkt in overeenstemming met de ingestelde luidsprekerconfiguratie.

Afspelen in de woonkamer

Voor het hoogtegebied zijn er drie verschillende mogelijkheden. Ze verschillen vooral in de technische inspanning die ze vergen en in de mate waarin de klank boven de luisterplaats nauwkeurig wordt waargenomen. Hoe goed het effect werkt, hangt daarbij sterk af van de specifieke ruimte- en plafondsituatie.

  • Plafondluidsprekers worden in of aan het plafond gemonteerd en stralen recht naar beneden. Dit zorgt weliswaar voor de meest nauwkeurige geluidslokalisatie, maar vereist wel een AV-receiver en kabels in het plafond.
  • Naar boven gerichte luidsprekers kaatsen het geluid via het plafond terug naar de luisterpositie. Ze zijn verkrijgbaar als losse luidsprekers of ingebouwd in soundbars.
  • Virtuele technieken worden toegepast in soundbars zonder eigen hoge-tonenluidsprekers. Afhankelijk van het ontwerp werken daarbij meerdere luidsprekers en psycho-akoestische technieken samen.

De grenzen van de reflectie

Naar boven gerichte luidsprekers werken dan bijzonder goed als er een zo glad mogelijk en voldoende reflecterend plafond op de juiste hoogte aanwezig is. Zeer hoge, sterk absorberende of schuine plafonds kunnen het effect van de hoge tonen verzwakken, omdat de weerkaatsing de luisterpositie minder gericht bereikt.

Bij hoofdtelefoons werkt het principe fundamenteel anders. Daar wordt ruimtelijk geluid binauraal voor beide oren berekend. Daarbij worden akoestische richtingsaanwijzingen nagebootst, zodat het geluid ruimtelijk kan worden waargenomen, hoewel het fysiek alleen uit de hoofdtelefoon komt.

De betekenis van de aanduiding

Het Dolby Atmos-logo geeft aan dat een apparaat dit formaat ondersteunt. Hoe sterk het ruimtelijke effect en met name het hoogte-effect in de praktijk is, hangt sterk af van de systeemopstelling, de luidsprekers, de signaalverwerking en de ruimte.

De weg naar de tv

Om een Atmos-geluidsspoor te laten werken, moeten verschillende factoren op elkaar zijn afgestemd. Het is niet voldoende dat de tv het formaat herkent. Ook de bron en de aansluiting op het audioapparaat zijn van belang.

Bron en geluidsspoor

De inhoud zelf moet in Dolby Atmos beschikbaar zijn. Dat is bij veel streamingdiensten en bij 4K-content het geval, maar lang niet bij alle andere. Oudere films en gewone tv-uitzendingen zijn doorgaans niet in dit formaat beschikbaar. Voordat de afspeelketen wordt opgezet, moet daarom worden gecontroleerd in welk geluidsformaat de gewenste inhoud daadwerkelijk beschikbaar is.

Houd er daarbij rekening mee dat de vermelding op de verpakking vaak betrekking heeft op de originele versie. Een Duitse geluidsspoor kan in een ander formaat beschikbaar zijn, ook al staat er ‘Dolby Atmos’ op vermeld.

Overdracht naar het audioapparaat

HDMI is de gangbare manier om een televisie aan te sluiten op een soundbar of AV-receiver. Dolby Atmos kan bijvoorbeeld gecomprimeerd worden doorgegeven via Dolby Digital Plus. Bij geschikte apparaten is dit echter ook mogelijk via HDMI ARC. Voor formaten met een hoge bitsnelheid en zonder verlies, zoals Dolby TrueHD met Dolby Atmos, is HDMI eARC de juiste aansluiting.

De optische uitgang is voor dit doel niet geschikt. Deze is ontworpen voor stereo en gecomprimeerd meerkanaalsgeluid en heeft te weinig capaciteit voor de hier genoemde formaten. Wie een Atmos-systeem opzet, sluit de tv en het audiosysteem daarom via HDMI aan.

Betekenis voor dialogen

De vraag blijft wat dit formaat bijdraagt aan de verstaanbaarheid van spraak. Het antwoord is tweeledig. Technisch gezien biedt objectgebaseerde audio in theorie een aantal mogelijkheden. In de praktijk hangt veel echter af van de manier waarop een film of serie is geproduceerd.

Mogelijkheden voor objectgebaseerde overdracht

Objectgebaseerde audio biedt in principe de technische mogelijkheid om afzonderlijke componenten van een mix apart te behandelen. Als de spraak als afzonderlijke component aanwezig is en het afspeelsysteem een dergelijke personalisatie ondersteunt, kan het dialoogniveau onafhankelijk van muziek en effecten worden aangepast.

Beperkingen van het formaat

Dat betekent niet dat Dolby Atmos automatisch een instelbare dialoogspoor biedt. Of dialogen afzonderlijk kunnen worden aangepast, hangt af van de manier waarop de inhoud is geproduceerd en uitgezonden, en van de functies die het afspeelapparaat biedt.

Bovendien blijft de verhouding tussen spraak en de overige geluiden bepalend voor de verstaanbaarheid. Deze verhouding wordt bepaald door de mix. Het weergaveformaat verandert daar niets aan. Een film met zacht gemixt dialoog blijft ook in Dolby Atmos zacht gemixt.

Via ingebouwde tv-luidsprekers kan Dolby Atmos, afhankelijk van het apparaat, virtueel worden weergegeven. Het ruimtelijke effect verschilt echter aanzienlijk van dat van een systeem met aparte surround- en hoge-tonenluidsprekers.

Veelgestelde vragen

Dolby Atmos is een meeslepend geluidsformaat. Het combineert vaste kanaalgroepen, zogenaamde ‘beds’, met afzonderlijke audio-objecten die aan de hand van positiegegevens vrij in de ruimte kunnen worden geplaatst. Daarbij komt nog een hoogtevlak, zodat geluid ook van boven kan komen. Een renderer in het afspeelapparaat verdeelt het resultaat over de aanwezige luidsprekers.

Het eerste getal geeft het aantal luidsprekers rondom de luisterpositie aan, het tweede het aantal subwoofers en het derde het aantal hoogfrequentkanalen. Bij 5.1.2 zijn dat dus vijf luidsprekers, één subwoofer en twee kanalen voor geluid van bovenaf. Het derde getal geeft de hoogfrequentkanalen aan, zoals die doorgaans voorkomen bij immersieve opstellingen met Dolby Atmos.

eARC is niet absoluut noodzakelijk. Dolby Atmos kan bijvoorbeeld ook gecomprimeerd via Dolby Digital Plus worden doorgegeven, wat bij compatibele apparaten ook via HDMI ARC mogelijk is. HDMI eARC is vooral van belang wanneer Atmos-geluidssporen met een hoge bitsnelheid of zonder verlies, zoals Dolby TrueHD, moeten worden doorgegeven. Daarnaast is het van cruciaal belang dat zowel de tv als het audioapparaat het betreffende formaat ondersteunen.

Omdat de aanduiding in eerste instantie alleen aangeeft dat een apparaat het formaat ondersteunt. Sommige apparaten geven het weer via eigen hoge-tonenluidsprekers, andere creëren het hoge-toneneffect via virtuele signaalverwerking. Bij hoofdtelefoons gebeurt dit binauraal, dat wil zeggen via een berekening voor beide oren.

Er is hooguit sprake van een indirecte invloed. Objectgebaseerde audio biedt in principe de mogelijkheid om spraak apart te behandelen, mits deze als afzonderlijk onderdeel aanwezig is en het afspeelapparaat dit ondersteunt. Hoe luid dialogen in verhouding tot de rest klinken, wordt echter bepaald door de mix van de film en niet door het afspeelformaat.